zonder woorden, of toch niet…

Woorden schieten tekort op een dag als vandaag. Ik wil een blogpost schrijven, gewoon, omdat ik ergens uiting wil geven aan wat ik voel, wat ik denk, … Maar tegelijk heb ik geen idee wat te schrijven, lijkt mijn hoofd vooral een chaos van allerlei dingen door mekaar.

photo-1452110040644-6751c0c95836

Want wat is er nu eigenlijk nog zinnig, welke woorden zijn nu gepast, welke woorden kunnen vatten wat er is gebeurd. Geen. Gewoon echt helemaal geen. Dit valt niet te vatten, dit is gewoon absoluut onbegrijpelijk. Helemaal onbegrijpelijk. Maar toch, ik pen m’n gedachten neer. Omdat ik voel dat ik dat wil.

Waar alle andere aanslagen, hoe dichtbij eigenlijk ook, toch steeds ver weg leken, is dit nu gewoon in onze eigen hoofdstad gebeurd. Op een plek waar jij en ik passeren. Sommigen dagelijks, sommigen af en toe. Waar we blij en vrolijk staan te wachten om te kunnen vertrekken op die reis waar we zo lang naartoe geleefd hebben. Waar we met onze kinderen staan. Waar gisteren nog een van mijn collega’s aankwam vanuit Spanje. Waar ook wijzelf binnen een maand weer zouden/zullen staan. Dit raakt ons allemaal. We kennen allemaal mensen die vandaag in Brussel waren of moesten zijn, of in de luchthaven. We hadden het zelf kunnen zijn. Gewoon een kwestie van het verkeerde moment op de verkeerde plek. Je moet maar pech hebben. Dat zo’n gek net dat moment en die plek heeft gekozen om te doen wat hij blijkbaar dacht dat moest gebeuren. Die willekeur is bijna ondraaglijk.

Dit wordt een dag die nog lang zal heugen. Waar was jij toen je het hoorde? Ik kan die vraag nog heel precies beantwoorden als het gaat over de aanslagen in Amerika op 9/11, over de aanslagen van Parijs, en nu ook hiervan. Ik zat op de bus toen er werd omgeroepen aan alle chauffeurs in Vlaams-Brabant dat de lijnen werden aangepast na een bomaanslag in Zaventem. Zonder smartphone en dus totaal geen informatie. Op het werk ook geen toegang tot allerhande media. Zoveel mogelijk toch proberen te weten te komen. De hele dag door sirenes. Angst. Was het dit, of komt er nog? Waar eindigt dit? Wat gebeurt er? Iedereen in een soort van waas, niemand kon zich echt concentreren. In mijn werk krijg dagelijks te maken met de zelfkant van onze maatschappij, en de ‘slechtheid’ die ook in mensen kan zitten. En toch. Dit lijkt veel te overstijgen. Net omdat het zo onmogelijk te vatten is. Misschien moeten we dat dus maar niet proberen. Niet zoeken naar antwoorden, maar zoeken naar hoe we hiermee om moeten gaan. Als mens, en als maatschappij. Misschien zijn dat nog de grootste vragen, en ook de moeilijkste.

photo-1442473483905-95eb436675f1

Ik heb op dit moment geen antwoord op al deze vragen. Er borrelt zoveel vanbinnen, ik voel zoveel tegelijk. De voorbije maanden heb ik welgeteld driemaal zitten wenen voor de tv. Bij de beelden van Aylan, die kleine, onschuldige peuter. Hoe hij daar lag, het had mijn eigen kleine Rosanneke kunnen zijn, die ook zo slaapt. Bij de aanslagen in Parijs. En nu. Verdriet en angst, maar ook boosheid, woede. Vanalles door mekaar en na mekaar. Maar als er één ding is dat doorheen al die gevoelens toch overheerst, is het de wil en de drang om te LEVEN. LEVEN begod!!! Want ik leef en ik ben daar blij mee ook, verdorie! En ik hou van deze wereld, ja, zelfs in alle lelijkheid en wreedheid van vandaag. Omdat ik gewoonweg weet dat dit niet is hoe de wereld is. Dat dit niet is hoe mensen zijn. Ik heb familie en vrienden, en dat zijn stuk voor stuk mooie mensen, goede mensen, warme mensen. Ik ken letterlijk geen 1 persoon die in staat is tot zulke haat dat hij of zij andere, onbekende en onschuldige mensen moedwillig pijn zou doen. Ik ken tientallen prachtige mensen, die bezig zijn met dingen waarmee ze elk op hun geheel eigen manier van deze wereld een mooiere plek maken. En al die tientallen mensen kennen zelf ongetwijfeld evenveel anderen die hetzelfde zijn. Ik zie mijn kinderen, het beste voorbeeld van de schoonheid en puurheid waarmee een mens geboren wordt. Ik zie -en noem me maar verschrikkelijk naïef als ik dat zo zeg, I don’t care- de schoonheid van bloemen, van dieren, van vormen, van kleuren, van wolken, … Ik voel de warmte van de zon, en ja, ook het natte van de regen, want zelfs regen en water zijn eigenlijk een geluk. We hebben het allemaal. We zijn vrij. We helpen mekaar. Hoe lastig we het mekaar soms ook maken, toch zijn we in the end meestal lief voor mekaar, blij voor mekaar. Zien we mekaar graag. Er is liefde en verbondenheid, er is licht. Dat is wat ik wil. Of zoals in het gedicht van Sukha Amsterdam, dat ik ook op Facebook postte:

ded57d0e2460d74f32d2311387a8d325Dat is wat ik wil. Ik wil gewoon verder mezelf zijn. Gewoon verdergaan. Met immens veel respect en medeleven voor al diegenen die hier van dichtbij of veraf door geraakt zijn, of door andere, soortgelijke gebeurtenissen eender waar ter wereld. Want ik besef heel goed dat dit overal gebeurt, en dat het in sommige landen dagelijkse kost is, helaas. Ik ben echt niet naïef, noch dom. Maar ik wil mijn leven niet laten dicteren door angst, haat, negativiteit, … Ik wil blijven lachen en zingen, blijven verwonderd zijn, op de fiets met de kids dolenthousiast wijzen naar elke poes, elke hond, elke duif in de lucht, elke kraan, elke luchtballon, elke mooie wolk, de zon en de maan en de sterren, … Ik wil leuke dingen doen, ik wil samenzijn met mensen die ik graag zie, ik wil genieten van het leven dat mij is gegeven. Ik wil liefhebben, het leven en ook de mensen. Niet alleen de mensen die ik ken, maar ook de mensen die ik niet ken. Ik wil niet wantrouwen, ik wil geloven dat er in bijna alle mensen op aarde iets goeds zit. En ik herhaal: noem het stom, dom, naïef, onnozel, eender wat. Ik weet heus goed genoeg dat er problemen zijn, hier en elders, dat we in onze maatschappij voor moeilijke vraagstukken en uitdagingen staan. Dat de multiculturele samenleving niet alleen maar rozengeur en maneschijn is. En al die dingen. Ik wéét dat wel. Maar ik kies ervoor om de wereld niet (alleen) op die manier te bekijken. Ik weiger om de idee toe te laten dat ik mijn kinderen in een slechte, lelijke wereld heb gebracht, ook al voelt het soms wel zo, ook voor mij. Want in the end, als we door alle vreselijke dingen heen kijken, is de wereld een mooie plek, vol liefde. Ook dat heb ik meer dan ooit gevoeld vandaag, wat de essentie is. Het was een van die dagen waarop ik constant heb uitgekeken naar mijn thuiskomst, om mijn man en kinderen vast te pakken, heel stevig. En te voelen wat er ècht toe doet.

sia en rosanne

oktober 2015 (355)Een van de eerste blogposts die ik schreef, in de nasleep van de aanslagen in Parijs, ging er ook al over. Als ik het nu herlees, lijkt het alsof ik het nu had kunnen schrijven. Ik kon het ook nu nog niet beter gezegd hebben.

Advertenties

ontroering en schoonheid in donkere dagen

Gisteren was ik getuige van een bijzonder, warm moment.  Na een interessante studiedag, bleef ik in Brussel hangen omdat m’n lief en ik naar het optreden van Trixie Whitley gingen in de AB in Brussel. Ik moet zeggen dat ik best wel wat onder de indruk was van de militaire aanwezigheid die daar het beeld bepaalt dezer dagen.

Op de amper 100 of 200 meter die ik wandelde van de metrohalte naar de AB zag ik 2 of 3 van die zware pantserwagens, en een tiental zwaarbewapende militairen rondlopen. Een vaag en licht gevoel van angst  en ongemak bekroop me, en niet alleen dat. Het was ook een best bizarre ervaring om te zien hoe er massaal selfies genomen werden met die voertuigen en militairen, alsof het een of ander curiosum was dat ze daar voor de show hadden neergezet. In feite had heel die korte wandeling iets bevreemdends. Het wemelde van de dakloze mensen, beschutting zoekend met kartonnen en slaapzakken, de ene met een hondje, de andere met een konijn, allen met een kartonnetje om centjes te vragen. Tegelijk is daar het prachtig verlichte beursgebouw, en de kerstmarkt, met kraampjes vol friet en drank en lekkers. Militairen, daklozen, kerstvierders, en dat alles op 100 meter. Het leek wel een of andere B-film waarin ik toevallig figureerde.

De AB zelf werd duidelijk extra bewaakt. Ondanks dat ik rationeel echt wel wist dat het risico echt niet groot zou zin, was dat toch geruststellend. En toen gebeurde het. Ik stond in de rij te wachten om geld af te halen. Vlak naast de automaat zat een dakloze oude man. Dik ingepakt tegen de kou, vuil, en arm. Naast hem een mistroostig karretje met een karton erbovenop waarop een knuffelbeertje lag en verder een heleboel rosse centjes, een paar munten van 10 cent, een paar van 20 cent. Hoop en al een euro of 2. De man keek er amper naar. Tristesse. In ’t kwadraat misschien. Plots kwam daar een van die zwaarbewapende mannen aan, liep recht naar hem, gaf hem een heel zakje vol met eten, en liep terug naar zijn twee metgezellen. Paf. Ik voelde me plots doordrongen van dankbaarheid, had zin om te gaan zeggen hoe mooi ik dat vond. Hoe warm, en hoe bijzonder. En hoe symbolisch.

Ik ging in een cafeetje verderop een theetje drinken terwijl ik wachtte op m’n lief met de tickets. Ik heb al een paar jaar niet meer zoveel tijd om te lezen, hoewel ik als kind hele bibliotheken heb verslonden en ook later en nu nog heel erg kan genieten van een goed boek. Maar nu had ik toch een boek bij, en wat voor een: ‘Vele hemels boven de zevende’ van Griet Op De Beeck

De Letterschuur: Fijne leeswaren : Vele hemels boven de zevende

Ik kan het iedereen aanraden. Ik heb het daar uitgelezen. Het overkomt me niet vaak, maar ik werd overrompeld door emoties en heb het even moeten wegleggen omdat ik anders ter plekke zou beginnen huilen. Ik las er onder andere dit:

Leef hard en goed en schoon en wild. Kijk goed, voel beter. Wees niet bang. Kies voor wat u blij maakt, wat het ook moge zijn. Durf proberen wat te lastig lijkt. Leg de lat hoog genoeg. Koester en laat u koesteren. Geef anderen wat ze verdienen, en uzelf minstens ook. Blijf hopen, willen, dromen, wensen. Wees kwetsbaar en sterk, en lief voor kleine dieren. En drink op tijd en stond een goed glas, dat helpt altijd.

En dat deed ik, die avond. Het optreden was werkelijk fenomenaal, ongelooflijk, subliem. Superlatieven schieten tekort. Wat een stem, wat een topwijf, wat een power, wat een muziek!! Af en toe schoot de gedachte aan de Bataclan toch door m’n hoofd, maar niks kon afbreuk doen aan het gevoel. 90 minuten puur genot van heerlijke muziek. Wie Trixie Whitley niet kent, raad ik aan om daar zo snel mogelijk verandering in te brengen, en om vooral naar haar optreden te gaan in april in Antwerpen.

Toen we daarna op de metro zaten, zag ik zoveel verschillende mensen. Alle kleuren, alle types. Ik zag een gesluierde vrouw op de schoot bij een blanke man, innig kussend. Ik zag mensen knuffelen, mensen drinken. Ik dacht aan iets wat Trixie Whitley zei toen ze het nummer ‘closer‘ aankondigde. Ze was bij het schrijven van dat nummer bezig met een soort oude oosterse filosofische stroming waarbij het o.a. ging over ‘eliminating the space between us’, en ze legde de link met het klimaat waarin we leven tegenwoordig. Ze eindigde met een soort oproep om de afstand tussen mensen wat kleiner te maken, om mekaar te omarmen, ‘cause in the end we’re all the same species’. Ik vond dat schoon.

Terug thuis ging ik gauw slapen. Jongste dochter kroop tegen me aan en sliep voort. Ik aaide haar hoofdje, keek naar haar gezichtje. En ik dacht: de wereld kan ook zo mooi zijn.